Maison Kühne, ook wel bekend als Modehuis Kühne of Kühne en Zonen, was van circa 1839 tot 1973 een toonaangevend modehuis in Den Haag. Het begon aan de Hoogstraat en verhuisde in 1909 naar een elegant pand aan de Kneuterdijk, op de hoek met De Plaats. Het huis verwierf grote bekendheid als hofleverancier; zo maakte het in 1936 de trouwjurk van prinses Juliana en de jurken van haar bruidsmeisjes. Maison Kühne stond bekend om zijn hoogwaardige couture, met name bontmantels van nerts en hermelijn, en jurken met bontaccenten. De kleding werd vervaardigd aan de hand van modellen die het huis via licenties kreeg van grote Parijse modehuizen als Dior, Givenchy en Chanel. Alles werd op maat gemaakt voor een welgestelde Haagse clientèle. In de topjaren, met name in de jaren vijftig en zestig, kostte een exclusieve japon soms meer dan 10.000 gulden.
Het modehuis bood werk aan tientallen vaklieden: van bontnaaisters en coupeuses tot modinettes en retoucheurs. De ateliers stonden bekend om hun vakmanschap en gedisciplineerde werkomgeving, al waren de werkomstandigheden soms zwaar—zoals blijkt uit verhalen van medewerkers die eczeem opliepen door het werken met bont. Ondanks zijn roem verloor Kühne in de jaren zeventig terrein; de vraag naar klassieke haute couture daalde sterk onder invloed van veranderende mode en een jongere generatie die liever confectiekleding droeg. In 1973 sloot het huis definitief de deuren. Wat rest is een rijke erfenis in de Nederlandse modegeschiedenis, herinnerd door het iconische pand aan de Plaats, persoonlijke verhalen van oud-werknemers en de status van Maison Kühne als symbool van een vervlogen tijdperk van exclusieve Haagse elegantie.